Waar komen motten op af? Dit trekt ze aan

Motten komen vooral af op voedsel, vezels en licht, afhankelijk van de soort. Voedingsmotten zoeken graan, noten en gedroogd fruit op. Kledingmotten worden aangetrokken door dierlijke vezels zoals wol, kasjmier en leer. En veel motten vliegen automatisch op lichtbronnen af, zeker ’s nachts. Weet je wat motten aantrekt in jouw huis, dan kun je ze veel gerichter tegenhouden.

Waar komen voedingsmotten op af?

Voedingsmotten, zoals de Indiase meelmot, zijn op zoek naar eten. Ze leggen hun eitjes in droge voedselproducten, zodat de larven direct toegang hebben tot voedsel zodra ze uitkomen. De larven eten zichzelf door de voorraadkast heen en veroorzaken daarmee de meeste schade.

Dit zijn de producten waar voedingsmotten het sterkst op af komen:

  • Meel, havermout en andere graanproducten
  • Rijst en pasta
  • Noten en zaden
  • Gedroogd fruit
  • Kruiden en specerijen
  • Hondenvoer en vogelzaad
  • Chocolade en cacao

Verpakkingen van karton of dun plastic zijn geen belemmering voor een voedingsmot. Een mot kan dwars door een gesloten pak meel heen bijten om eitjes te leggen. Zelfs producten die je als “veilig” beschouwt, zoals gedroogde kruiden of vogelzaad, kunnen een broedplaats zijn.

Waar komen kledingmotten op af?

Kledingmotten worden aangetrokken door dierlijke eiwitten, niet door plantaardige vezels. Katoen, linnen en synthetische stoffen laten ze met rust. Het gaat ze specifiek om keratine, de eiwitstof die zit in wol, kasjmier, mohair, leer en schapenvacht. Dat is ook waarom een wollen trui wel aangevreten wordt, maar een katoenen T-shirt ernaast niet.

Vuile kleding trekt kledingmotten extra sterk aan. Zweet, huidschilfers en voedselresten versterken de geur en maken de stof nóg aantrekkelijker voor de mot. Kleding die je lang opbergt zonder te wassen, vormt daarmee een grotere kans op schade dan kleding die regelmatig gewassen wordt.

Donkere, ongestoorde plekken versterken het probleem. Kledingmotten mijden licht en beweging. Een lade die maanden dicht blijft of een kast in een slaapkamer die zelden open gaat, zijn ideale plekken voor motten om te nestelen en te vermenigvuldigen.

Worden motten aangetrokken door licht?

Veel mensen denken dat licht de grote magneet is voor motten, en dat klopt gedeeltelijk. Nachtvlinders, waaronder bepaalde motten, navigeren van oudsher op het licht van de maan en de sterren. Kunstlicht brengt ze in de war, waardoor ze erop af vliegen en er omheen blijven cirkelen.

Maar niet alle motten reageren sterk op licht. Kledingmotten zijn daar een goed voorbeeld van: zij schuwen juist fel licht en zijn eerder schuw dan lichtzoekend. De motten die je ’s avonds rond een lamp ziet fladderen, zijn vaak andere soorten, zoals grasmotten of kleine nachtvlinders die van buiten naar binnen komen via open ramen of deuren.

Warm, geel licht trekt meer insecten aan dan koud, wit of blauw licht. LED-lampen met een koud spectrum zijn daardoor minder aantrekkelijk voor nachtvlinders dan traditionele gloeilampen of warm-witte LED’s.

Wat trekt mannetjesmotten naar een lijmval?

Een effectieve methode om motten te signaleren is een lijmval met een feromoonstrip. Mannetjesmotten komen af op de synthetische geur van vrouwtjesferomonen die in zo’n strip verwerkt zit. Ze denken een partner te ruiken en vliegen erop af, waarna ze in de lijm blijven plakken. Dit werkt zowel voor voedingsmotten als voor kledingmotten, maar wel met soortsspecifieke strips. Een val voor voedingsmotten werkt niet voor kledingmotten, en andersom. Let daar op bij de aanschaf.

Zo’n lijmval vangt geen vrouwtjes en geen larven, maar geeft je wel een signaal dat er motten actief zijn. Vang je regelmatig mannetjes, dan weet je dat er ergens in huis een bron is. Dat is het moment om grondig te zoeken naar eitjes of larven in de kast of voorraadkast.

Geur als aanwijzing

Motten reageren sterk op geur, zowel bij het zoeken naar voedsel als bij het zoeken naar een partner. Voedingsmotten gebruiken hun reukorganen om gefermenteerde of eiwitrijke geuren op te pikken. Dat is ook waarom motten in de zomer actiever lijken: warmte versterkt geuren, waardoor motten makkelijker hun weg vinden naar een voorraadkast of kledinghanger.

Bepaalde geuren werken juist afstotend. Lavendel, ceder en eucalyptus worden traditioneel gebruikt om kledingmotten op afstand te houden. Ze maskeren de aantrekkelijke geur van wol en zweet. Dit is geen gegarandeerde oplossing, maar kan als aanvulling zinvol zijn naast andere maatregelen.

Weet je waar motten op afkomen, dan kun je ze veel gerichter tegenhouden: droog voedsel in glazen of harde plastic bakken bewaren, wollen kleding schoon opbergen en licht in ongestoorde kasten laten schijnen. Dat maakt jouw huis een stuk minder aantrekkelijk voor beide soorten.