Er zijn twee hoofdgroepen motten die in Nederlandse huizen voorkomen: textielmotten en voorraadmotten. Beide groepen bestaan uit meerdere soorten, elk met eigen voorkeuren, herkenningspunten en schade. Weet je welke soort je in huis hebt, dan weet je ook waar je moet zoeken en hoe je de schade beperkt.
De twee hoofdgroepen soorten motten
Motten die binnenshuis overlast geven, vallen altijd in één van deze twee categorieën. Textielmotten vreten aan natuurlijke vezels zoals wol, zijde, kasjmier en bont. Voorraadmotten richten zich op droge voedingsmiddelen zoals meel, rijst, noten en gedroogd fruit. Het zijn de larven die de schade aanrichten, niet de volwassen vlinders. Een volwassen mot eet zelfs helemaal niets.
Soorten textielmotten
De meest bekende textielmot in Nederland is de gewone kledingmot (Tineola bisselliella). Je herkent hem aan zijn egaal goudgele of beige vleugels zonder vlekken, met een spanwijdte van ongeveer 12 tot 17 millimeter. De larven spinnen kleine zijdeachtige tunneltjes in de stof terwijl ze vreten. Je vindt ze het vaakst in donkere, ongestoorde plekken zoals achterin kasten, in opgeslagen dekens of onder meubels.
Een andere soort is de tapijtmot (Trichophaga tapetzella). Deze is iets groter en heeft witte vleugels met een donkere vlek aan de basis. Zoals de naam al zegt, heeft hij een voorkeur voor tapijten en vloerbedekking, maar ook kledingkoffers en matrassen zijn niet veilig. De tapijtmot is minder algemeen dan de kledingmot, maar kan forse schade aanrichten in dikke wollen kleden.
De pelsmot (Tinea pellionella) lijkt op de gewone kledingmot, maar heeft drie donkere vlekken op zijn vleugels. Hij valt ook buiten het huis voor en heeft een voorkeur voor dierlijk materiaal: naast kleding ook dierenvachten, veren en wollen tapijten. De larve draagt een zelfgemaakt kokertje mee terwijl hij eet, wat een herkenbaar spoor achterlaat.
Soorten voorraadmotten
De meest voorkomende voorraadmot in Europa is de Indiase meelmot (Plodia interpunctella). Zijn vleugels zijn tweekleurig: de bovenkant is roodbruin met koperglans, de onderkant lichtgrijs. Deze mot nestelt graag in keukenkastjes en vreet aan meel, pasta, rijst, noten, chocolade en zelfs hondenbrokken. De larven spinnen draden door het voedsel, wat duidelijk zichtbaar is.
De mediterrane meelmot (Ephestia kuehniella) is iets groter en grijs van kleur met golfvormige dwarslijnen op de vleugels. Hij komt vaker voor in bakkerijen en voedselopslag dan in woonhuizen, maar is ook thuis mogelijk. Zijn larven kunnen in korte tijd een grote hoeveelheid droog voedsel aantasten.
De cacaomot (Ephestia elutella) lijkt op de mediterrane meelmot maar is iets kleiner. Hij eet graan, cacao, tabak en gedroogd fruit. Ook hij laat spinseldraden achter als herkenbaar spoor. Deze soort overwintert soms als larve en kan daardoor lang onopgemerkt blijven.
Tot slot is er de rozijnenmot (Ephestia cautella), een soort die warmte nodig heeft en daardoor vaker in subtropische gebieden leeft, maar via geïmporteerde droge producten ook in Nederlandse keukens terechtkomt. Hij eet gedroogd fruit, noten en granen. Zijn vleugels zijn grijsbruin met vage vlekken.
Hoe herken je welke soort je hebt?
Kijk eerst waar je de mot of zijn sporen tegenkomt. Schade in de kledingkast of aan vloerkleed? Dan heb je vrijwel zeker te maken met een textielmot. Spinseldraden of klontjes in de rijstpot of het meelzakje? Dan is het een voorraadmot. De kleur en het patroon op de vleugels helpen je daarna om de exacte soort te bepalen. Een volwassen mot vlak bij het licht is soms moeilijk te meten, maar de combinatie van kleur, grootte en vindplek geeft je al veel informatie.
| Soort | Groep | Herkenning | Vreet aan |
|---|---|---|---|
| Gewone kledingmot | Textielmot | Egaal goudgeel, geen vlekken | Wol, zijde, kasjmier |
| Tapijtmot | Textielmot | Wit met donkere basisvlek | Tapijt, vloerbedekking, wol |
| Pelsmot | Textielmot | Drie donkere vlekken op vleugel | Bont, veren, wol |
| Indiase meelmot | Voorraadmot | Tweekleurig, roodbruin en grijs | Meel, noten, rijst, pasta |
| Mediterrane meelmot | Voorraadmot | Grijs met golflijnen | Graan, meel |
| Cacaomot | Voorraadmot | Grijsbruin, klein | Cacao, graan, gedroogd fruit |
| Rozijnenmot | Voorraadmot | Grijsbruin met vage vlekken | Gedroogd fruit, noten |
Waarom de soort kennen echt helpt
De juiste soort kennen maakt het verschil bij de aanpak. Feromoonvallen voor textielmotten werken niet bij voorraadmotten en andersom, omdat ze zijn afgestemd op de geur van een specifieke soort. Zoek je op de verkeerde plek, dan mis je de bron en blijft de plaag in stand. Weet je dat je te maken hebt met een Indiase meelmot, dan doorzoek je systematisch alle droge voorraden in de keuken. Bij een kledingmot check je de kast, het vloerkleed en opgeslagen seizoenskleding.
Kom je er met herkenning en gerichte feromoonvallen niet uit, dan is professionele bestrijding een eerlijke overweging. Zeker bij een grote aantasting in kleding of tapijten kan schade snel oplopen, terwijl een basisbehandeling door een plaagdierbestrijder dat voorkomt.



