Zilvervisjes nest: waar zitten ze en hoe vind je het?

Zilvervisjes hebben geen vast nest zoals mieren of wespen, maar ze houden zich wel op in vaste schuilplaatsen waar het warm, vochtig en donker is. Die schuilplaatsen zijn in de praktijk wat mensen bedoelen met een “zilvervisjes nest”: een plek waar ze samenkomen, eten, schuilen en eitjes leggen. Als je zo’n plek vindt, weet je meteen waar je moet ingrijpen.

Waar zit het nest van zilvervisjes?

Zilvervisjes zoeken plekken op waar vocht en warmte samenkomen. In de meeste woningen zijn dat de badkamer, de keuken, de kelder of een verwarmde kruipruimte. Ze verstoppen zich overdag in smalle kieren en scheuren: achter plinten, onder de vloer, achter losse tegels, in de ruimte tussen muren en kasten, of tussen stapels papier en karton.

Kenmerkend voor hun schuilplek is dat je er kleine uitwerpselen vindt, die lijken op zwarte stofkorreltjes. Soms zie je ook kleine gele vlekjes op papier of stof. Dat zijn eitjes of sporen van hun aanwezigheid. Zilvervisjes zijn nachtdieren, dus overdag zie je ze zelden zelf. De sporen zijn de beste manier om de verblijfplaats te vinden.

Hoe herken je de schuilplek?

Loop ’s nachts met een zaklamp door de ruimtes waar je al eerder zilvervisjes hebt gezien. Ze bewegen snel zodra het licht aanslaat. Kijk dan direct waar ze vandaan komen: dat is de ingang van hun schuilplek. Controleer ook de randen van de vloer, de onderkant van kasten en de ruimte achter de wasmachine of het toilet.

Veelvoorkomende schuilplekken op een rij:

  • Achter en onder de wastafel of het toilet
  • In de ruimte tussen de muur en de badkamervloer
  • Onder of achter de koelkast of vaatwasser
  • Achter loszittende plinten of behang
  • In dozen met oud papier, boeken of tijdschriften
  • In de kruipruimte of kelder, zeker als die vochtig is

Waarom zitten ze juist op die plek?

Zilvervisjes hebben drie dingen nodig: vocht, warmte en voedsel. Hun schuilplek ligt altijd dicht bij al die drie. Ze eten zetmeel, suikers en eiwitten: denk aan behangplaksel, boekbinderslijm, papiervezels, maar ook kruimels, huidschilfers en resten van zeep. Een vochtige badkamer met houten plintjes en een stapel oude tijdschriften in de hoek is voor een zilvervisje een ideale omgeving om zich in te nestelen.

De temperatuur speelt ook mee. Zilvervisjes gedijen het best bij temperaturen tussen de 21 en 27 graden Celsius. Een verwarmde badkamer of een keuken met een warmwaterboiler in de buurt voldoet daar precies aan.

Wat doe je als je de schuilplek gevonden hebt?

Als je de plek gevonden hebt, is het doel tweeledig: de schuilplek ongeschikt maken en de toegang afsluiten. Vul kieren en scheuren op met kit of een voegmiddel. Verwijder vochtbronnen zoveel mogelijk door ventilatie te verbeteren of een vochtabsorbeerder te plaatsen. Ruim papier, karton en andere voedingsbronnen op of berg ze luchtdicht op.

Wil je ook actief bestrijden, dan zijn vallen met lokaas of lijmplaten een concrete optie. Je legt die het best zo dicht mogelijk bij de gevonden schuilplek neer, langs de muur, want zilvervisjes lopen altijd langs randen en wanden en zelden door het midden van een ruimte.

De schuilplek vinden is de helft van het werk. Zonder die plek aan te pakken, blijven zilvervisjes terugkomen, ongeacht hoeveel je er vangt. Een droge, geventileerde ruimte met dichte kieren is voor hen ongeschikt en dat is de meest duurzame oplossing.